
Opgeblazen kakbak zorgt voor ergernis langs Pieterpad in Vierlingsbeek
VierlingsbeekWandelaars langs het Pieterpad hebben opnieuw te maken met vernielingen in het buitengebied van Vierlingsbeek. Vlak bij het insectenhotel achter de Overambt is een poepzakjes-prullenbak, in de volksmond ook wel kakbak genoemd, opgeblazen, vermoedelijk door vuurwerk. Het is niet de eerste keer dat dit gebeurt.
Een inwoner van Vierlingsbeek stuitte donderdagochtend tijdens een wandeling op de schade. “Ik liep richting het brugje over het water en het bos, toen ik zag dat de prullenbak volledig vernield was. Dat is gewoon zonde, zeker op zo’n plek waar veel mensen langskomen.”
![]()
De tijdelijke oplossing. Eigen foto.
De inwoner benadrukt dat hij niet tegen vuurwerk op zich is. “Dat de jeugd in het buitengebied vuurwerk laat knallen, helemaal prima. Dat hoort er ergens bij rond de jaarwisseling.” Toch plaatst hij daar een kanttekening bij. “Misschien ruimen ze de rommel nog op, of ben ik nu te optimistisch?”
Wat hem vooral stoort, is de herhaling van de vernielingen. “Net als vorig jaar is er weer iets kapotgemaakt. Dat is echt niet nodig en het irriteert veel mensen die daar wandelen of er wonen.”
Met een terugblik op zijn eigen jeugd laat hij zien dat hij begrip heeft voor baldadigheid, maar niet voor schade. “Vroeger heb ik ook wel eens wat uitgehaald met vuurwerk. Een kanonslag in een lege zinken afvalemmer bij de sporthal bijvoorbeeld; de deksel erop en een maat ging erop zitten”, meldt hij. “Maar we vernielden niets.”
In plaats van straffen pleit hij voor een praktische oplossing. “Mijn verzoek aan de dader of daders is om zich vrijwillig op te geven om een jaar lang mee te helpen met het legen van de poepzakjes-prullenbakken. Ik wil helemaal niet dat ze zich bij de politie aangeven, maar wel dat ze iets nuttigs doen dat aanzet tot gedragsverandering.”
Over de toekomst is hij realistisch. “Voor de volgende jaarwisseling maak ik mezelf geen illusies. Mensen blijven vuurwerk afsteken en de politie kan niet overal tegelijk zijn. Maar een beetje respect voor de omgeving zou al veel schelen.”



