De aanleg van een wielerbaan is financieel een grote opgave.
De aanleg van een wielerbaan is financieel een grote opgave. Foto: Pixabay

Land van Cuijk onderzoekt alternatieve locaties voor wielerbaan

Sport

De gemeente Land van Cuijk gaat onderzoeken waar binnen de gemeentegrenzen mogelijk een wielerbaan of een andere wielervoorziening kan worden gerealiseerd. Nadat de gemeenteraad in juli een streep zette door de plannen voor sportpark Groenendijkse Kampen als locatie, wordt nu gekeken naar alternatieven. Daarbij onderzoekt de gemeente niet alleen de mogelijkheden voor een volwaardige regionale wielerbaan, maar ook kleinere voorzieningen voor jeugd, opleiding en training. De eerste verkenning van mogelijke locaties wordt in december 2026 met de gemeenteraad gedeeld. Een definitief rapport wordt in februari 2027 verwacht.

De gemeenteraad besloot op 2 juli 2026 dat een wielerbaan niet op sportpark Groenendijkse Kampen moest komen. Het college kreeg vervolgens de opdracht om te onderzoeken of binnen de gemeente een andere locatie beschikbaar is die zowel ruimtelijk als financieel geschikt kan zijn. In oktober moest er een uitgewerkt procesvoorstel liggen, inclusief de planning, eventuele kosten, participatie en de voorwaarden waaraan locaties moeten voldoen. Dat procesvoorstel is inmiddels gereed en afgestemd met een afvaardiging van de wielerverenigingen. Volgens het college kunnen de verenigingen zich vinden in de voorgestelde aanpak.

De gemeente wil bij het onderzoek breder kijken dan uitsluitend de oorspronkelijke plannen van wielervereniging Maasland Cycling. De vereniging heeft eerder een programma van eisen opgesteld voor een wielerbaan met een minimale lengte van 1.200 meter. Voor een jeugdvoorziening zou 600 meter voldoende zijn, terwijl de voorkeur voor een volwaardige baan uitgaat naar een lengte van meer dan 1.500 meter. Verder vraagt het programma onder meer om een breedte van minimaal vijf meter, een rechte sprintzone van minstens 200 meter lang en zes meter breed, en een uitrijmogelijkheid van vijftig meter. Ook zijn bochten met een minimale straal van vijftien meter, obstakelvrije bermen, verlichting en een clubgebouw onderdeel van de wensen.

Een dergelijke voorziening vraagt om veel ruimte. Daarom worden naast het oorspronkelijke plan ook kleinere of aangepaste varianten onderzocht. Zo kan worden gekeken naar een compacte opleiding- en trainingsvoorziening of een baan zonder wedstrijdfunctie. De bedoeling is om inzichtelijk te maken welke mogelijkheden daadwerkelijk haalbaar zijn en welke consequenties verschillende varianten hebben.

Het onderzoek moet het gemeentebestuur uiteindelijk helpen om een onderbouwde keuze te maken. Daarbij gaat het niet alleen om de vraag waar een wielervoorziening zou kunnen komen, maar ook om de omvang, het gebruik en de financiële gevolgen. Bij de zoektocht gelden duidelijke ruimtelijke uitgangspunten. Een wielerbaan met verlichting wordt beschouwd als een sportaccommodatie en moet daarom een bestemming Sport hebben of die bestemming via een planwijziging kunnen krijgen. De gemeente zoekt in eerste instantie naar locaties in het stedelijk gebied of aan de rand daarvan, in een zogenoemde kernrandzone. Gebieden met de bestemming Natuur of Bos en locaties binnen het Natuurnetwerk Brabant vallen buiten het uitgangspunt van de eerste verkenning.

Ook moet er voldoende afstand zijn tot woningen om hinder door geluid en verlichting te beperken. Verder zijn een goede bereikbaarheid, voldoende parkeergelegenheid en toestemming van de grondeigenaar belangrijke voorwaarden. Daarnaast moet de ontwikkeling passen bij de gemeentelijke omgevingsvisie en de geldende planologische kaders.

De gemeenteraad heeft eerder uitgesproken dat sportvoorzieningen waar mogelijk geclusterd moeten worden. Tegelijkertijd moet worden voorkomen dat een wielerbaan andere sporten in de weg zit of leidt tot kostbare civieltechnische ingrepen. Het onderzoek richt zich daarom bij voorkeur op locaties waar de voorziening kan worden ingepast zonder grote kunstwerken en zonder directe gevolgen voor andere sportverenigingen.

De wielerverenigingen hebben gevraagd om de zoekcriteria te verruimen en ook minder gangbare en agrarische percelen mee te nemen. De gemeente kiest er voorlopig voor om eerst locaties te onderzoeken die aan de vastgestelde ruimtelijke voorwaarden voldoen. Als daaruit geen geschikte mogelijkheden naar voren komen, kan worden bekeken of een ruimer zoekgebied nodig is. Locaties die niet volledig aan de voorwaarden voldoen, zijn daarmee niet automatisch uitgesloten, maar moeten wel ruimtelijk inpasbaar zijn.

Het traject bestaat uit vijf fasen. Eerst worden de onderzoeksaanpak, de beoordelingscriteria en de manier waarop belanghebbenden worden betrokken vastgesteld. Vervolgens worden mogelijke locaties binnen de gemeente geïnventariseerd en op hoofdlijnen beoordeeld. Daarna worden de meest kansrijke locaties nader bekeken. Voor deze locaties wordt onderzocht welke varianten mogelijk zijn en welke gevolgen die hebben voor de ruimte, het gebruik en de kosten. Het gaat nadrukkelijk nog niet om concrete ontwerpen. In de vierde fase worden de bevindingen besproken met de wielerverenigingen, de KNWU en andere relevante betrokkenen. Daarbij komen onder meer sporttechnische eisen, praktische bruikbaarheid en maatschappelijke belangen aan bod. De uitkomsten worden verwerkt in een integrale vergelijking van locaties en scenario’s. 

De laatste fase bestaat uit een eindrapport met de onderzoeksresultaten en een advies over het vervolg. De gemeente treedt op als opdrachtgever en toetst zelf de ruimtelijke inpasbaarheid. Omdat binnen de gemeentelijke organisatie onvoldoende capaciteit beschikbaar is om het volledige onderzoek uit te voeren, is adviesbureau Kragten ingeschakeld.

Voor het externe onderzoek is een bedrag van 10.000 euro exclusief btw gereserveerd. Deze kosten waren niet vooraf voorzien en worden ten laste gebracht van het programma Sport. De verwachting is dat het bedrag binnen het bestaande exploitatiebudget kan worden opgevangen.

De aanleg van een wielerbaan is financieel een aanzienlijk grotere opgave. In de gemeentelijke begroting staat hiervoor een voorgenomen investering van twee miljoen euro vanaf 2028. Dat bedrag betekent echter niet dat het geld definitief beschikbaar is. De meerjarenbegroting van Land van Cuijk laat momenteel tekorten zien. Er zijn daarom geen structurele financiële middelen beschikbaar om een eventuele toekomstige investering zonder verdere afweging te bekostigen.

De gemeenteraad zal de investering moeten beoordelen binnen het bredere ombuigingstraject van de gemeente. De uitkomsten van het locatieonderzoek moeten duidelijk maken welke mogelijkheden er zijn en welke financiële consequenties daarbij horen.

De gemeente houdt rekening met de mogelijkheid dat er geen geschikte locatie wordt gevonden voor de wielerbaan in de oorspronkelijke omvang. In dat geval moet worden bekeken of de wielerverenigingen bereid zijn hun programma van eisen aan te passen. Ook kan blijken dat een locatie wel geschikt te maken is, maar dat daarvoor ingrepen nodig zijn die andere verenigingen raken of de kosten verhogen.

Volgens de planning ontvangt de gemeenteraad in december 2026 een eerste verkennende uitwerking van potentiële locaties. Het eindrapport wordt naar verwachting in februari 2027 opgeleverd. Daarna kan het college een advies voorbereiden over de vraag of een wielervoorziening haalbaar is en, zo ja, op welke manier die verder kan worden uitgewerkt.

Een definitieve locatiekeuze of een besluit over de aanleg ligt daarmee nog niet voor. Eerst moet duidelijk worden wat ruimtelijk mogelijk is, welke variant het beste aansluit bij de behoeften van de wielersport en of de investering financieel verantwoord kan worden gemaakt.